Grote belangstelling voor politiek café over WMO
De opkomst bij het politiek café over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in de Krakeling was groot. Het bevestigt dat deze Wet in alle facetten in de samenleving een rol gaat spelen. De terreinen die deze wet moet gaan omvatten, beslaan de helft van de gemeentelijke begroting. Het feit dat de wet al op 1 januari 2006, over 8 maanden in moet gaan, terwijl er nog niets concreet is en alleen nog maar meer vragen oproept, is schrikbarend.
José Smits, lid van de Tweede Kamer, vindt het enerzijds goed dat de WMO naar de gemeenten gaat omdat dan de verantwoordelijken voor de geleverde zorg dichter bij de mensen staan die de zorg ontvangen dan nu. Nu hebben de zorgkantoren deze verantwoordelijkheid. Zij zijn voor de zorggebruikers onzichtbaar en kunnen dus niet direct op hun prestaties afgerekend worden. Een gemeenteraad kun je na 4 jaar afrekenen op hun beleid.
Anderzijds geeft José aan dat zij tegen het voorstel is zoals het er nu ligt. De PvdA komt over 2 weken met een rapport die een super-WMO presenteert. Deze super-WMO stelt voor om de hele AWBZ naar de gemeenten over te hevelen.Maar dan moeten wel alle rechten van de zorgontvangers goed geregeld worden. De gemeenten moeten dan wel voldoende budget hebben om deze super-WMO uit te voeren. Rik Bovenberg, directeur Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF), vindt dat de welzijnswet moet blijven zoals hij nu is. Nog beter zou hij het vinden als er een prestatieveld "Hulpverlening" bij komt. Volgens hem wordt er als het over de WMO gaat, gesproken over zorg en over welzijn, maar niet over hulpverlening. Zijn organisatie verzorgt de maatschappelijke dienstverlening, het sociale raadsliedenwerk en de schuldhulpverlening. Deze taken lijken in de WMO weg te vallen. Hij is bang voor Amerikaanse toestanden, waar de financiers de lengte van de zorg bepalen die mensen kunnen krijgen. Hij wil dat met de invoering van de WMO de instellingen scherp en helder weten waar zij aan toe zijn. Dorthe Schipperheijn, projectleider WMO van de gemeente Lelystad, geeft aan dat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning mogelijkheden biedt aan een gemeente als Lelystad om de zorg voor haar burgers goed te regelen. Een middelgrote stad als Lelystad heeft voldoende expertise in huis om de wet vorm te geven, veel kleine gemeenten lukt dat niet. Maar de gemeenten moeten voldoende tijd en ruimte hebben om oplossingen te vinden. Ook moet er voldoende budget zijn om de wet uit te kunnen voeren zodat er geen mensen tussen de wal en het schip raken.
Dorthe gaf met een aantal voorbeelden aan dat de invoering/uitvoering van deze wet tamelijk ingewikkeld zal zijn. Bijvoorbeeld bij de keuze tussen intra- en extramurale zorg. Mensen die verschillende vormen van zorg nodig hebben, zullen ook te maken krijgen met verschillende indicatiekantoren. Als fractiewoordvoerder van de WMO mocht ik een eerste reactie geven. Mijn grote zorg is dat de invoering van de WMO net als bij de Wet Werk en Bijstand een grote bezuinigingsoperatie is. Lelystad is geen kapitaalkrachtige gemeente, wij zijn niet voor niets onderdeel van het Grote Stedenbeleid. Straks hangt je mate van welzijn af van de financiële positie van de gemeente waarin je woont. Om de wet uit te kunnen voeren moeten we misschien bezuinigen op andere voorzieningen, bijvoorbeeld sport en cultuur. Hoe kunnen wij dit verkopen aan onze inwoners? Ruud Bootsma, wethouder sociale zaken van Lelystad sprak zijn zorg uit over de zgn. kansen om eigen beleid te maken. Het feit is dat de gemeente er een taak bij krijgt die de gemeente met minder geld uit moet voeren. Het wordt gemeenten verkocht alsof zij grote kansen hebben om eigen beleid te maken. Als oude rot heeft hij dat al eerder ervaren met de invoering van de Wet Voorzieningen Gehandicapten en dit jaar de WWB. Hier zouden we toch van geleerd moeten hebben. Reacties van de aanwezigen
Daarna bleek uit reacties van de aanwezigen dat zij ook grote zorg hebben over de invoering van deze wet. Het werd een levendige discussie waar de meeste vragen helaas niet konden worden beantwoord:
Wat gebeurt er met de zorg die je op dit moment krijgt, loopt dit door of moet je opnieuw beoordeeld worden? Bij wie leg je je vragen neer, wat zijn je financiële en individuele rechten? Is een beroep op de zorg te vanzelfsprekend geworden, wordt er een financiële drempel ingebouwd? Wat zijn dan de criteria? Zijn we teveel van elkaar vervreemd en is dit een manier om weer te leren hoe wij in onze eigen omgeving de zorg moeten regelen? Je ziet nu al een groot verschil in aanpak tussen gemeenten! Wie zegt mij dat de gemeenten deze wet kunnen uitvoeren? Hoe gaan we verder
Wij moeten natuurlijk afwachten wat de Tweede Kamer beslist. Hopelijk vinden zij ook dat er meer tijd nodig is om de wet fatsoenlijk in te kunnen voeren.
Maar wij moeten niet stilzitten, wij moeten een visie ontwikkelen, die kan waarborgen dat de noodzakelijke zorg op de juiste plek terechtkomt. Hierbij moeten doelmatigheid en eigen verantwoordelijkheid gerelateerd worden aan draagkracht. De onderdelen participatie en communicatie zijn bij de invoering van deze wet cruciaal. Truus de Jong fractielid PvdA Lelystad